Kroniek 2de wereldoorlog 1940-1945 in en om Heeten

 

Wat gebeurde er en in om Heeten tijdens de 2de wereldoorlog? Hoe hebben de inwoners van Heeten de oorlog beleefd? In dit overzicht vindt u feiten en verhalen.

Omdat er in de omringende landen al het nodige aan de hand was met de Duitsers werd er in het begin het jaar 1938 de dienstplicht verdubbeld waarbij de eerste militairen werden gemobiliseerd. Er werden extra grensbataljons ingezet.

Op 28 augustus 1939 was er een algemene mobilisatie waarbij ook uit de gemeente Raalte militairen naar hun onderdelen vertrokken.

Veel Heetenaren moesten vlak voor de oorlog opkomen voor de mobilisatie en om mee te vechten tegen de Duitsers waaronder Bats Ruiter en Herman Tepperik.

 

Bats Ruiter, hij vocht in op de Grebbenberg, Achterberg, de buurt van Amerongen en Honstein in de buurt van Den Bosch. Hij werd 14 mei 1945 gevangen genomen. Via, via kwam hij in kamp Lückenwald. Na allerlei omzwervingen kwam hij gezond en wel in juni 1940 terug in Heeten. Herman Tepperik, hij vocht op de Grebbenberg en werd ook krijgsgevangen gemaakt door de Duitsers. Ook hij ging naar het kamp Lückenwald.

Bats Ruiter, en Herman Tepperik waren in de oorlog fel haters van de Duitsers, en mede daardoor waren ze nadrukkelijk aanwezig in het verzet.

 

Voor zover de bewoners konden vertellen, werd er in en om Heeten tijdens de oorlog niet echt gevochten. Op zich ging het dagelijkse leven door. Het was een redelijk veilig dorp. Alleen aan het einde van de oorlog, tijdens de laatste tegenstand van de Duitsers, is er fel verzet geweest.

 

 

Duitse krant over de invasie

 

 

In de vroege ochtend van 10 mei 1940 overstroomden Duitse troepen Nederland, België en Luxemburg. Ook de inwoners van de gemeente Raalte werden ’s morgens vroeg opgeschrikt toen Duitse vliegtuigen overvlogen richting het westen.  “Hoor eens hoe hard het ontweert”, zei een vrouw tegen haar man, wakker geschrokken uit haar slaap. “Dat”, zei haar man: “is geen onweer. Dat zijn vliegtuigen en kanonnen.

 

Duitse jagers

Het is oorlog!” Later werd dit bevestigd door de radioberichten.

Ook in Heeten volgens dorpsbewoners, kon men de weg niet oversteken wegens de colonnes van de Duitsers. In de colonne zaten vrachtwagens waarin op dat moment nog brood gebakken werd tijdens het rijden.

 

Al snel werden die dag de eerste Duitsers rond Raalte gezien, later gevolgd door het zwaarder materieel dat richting Zwolle en het westen trok. Zij probeerden zo snel mogelijk de IJssel te bereiken, omdat dit een strategisch punt was.

 

Op 15 mei 1940 werd Raalte vanuit Deventer onder commando gesteld van de

Duitse commandant Tauscher. Het Duits burgerlijk gezag nam op 30 mei 1940

het gezag over en Tauscher vertrok.

 

      

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Duitsers op weg naar het front.

 

Iedere Nederlander moest een zogenaamd Ausweis aanschaffen.

 

 

 

          

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gesneuvelde Heetenaar.

 

In het begin van de oorlog, op 11 mei 1940 sneuvelde de Gerardus Johannes Linthorst,

hij kwam tijdens gevechten bij Brummen om het leven.

 

 

 

graf G. J.  Linthorst op de Rk. Begraafplaats te Heeten

 

Luchtbeschermingsdienst

Al vóór het uitbreken van de oorlog, op 30 december 1935 was de luchtbeschermingsdienst opgericht. Raalte werd verdeeld in blokken en per blok werd een blokhoofd aangesteld.

Voor Heeten was dit G. J. Voskuilen.

Hij had tot taak tijdens luchtgevaar

de bevolking te beschermen.

 

 

 

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bord blokhoofd                                                                                                               Armband blokhoofd

 

 

 

Neergestorte vliegtuigen.

In de nacht van 19 op 20 juni 1942 kwam in de buurtschap Schoonheten een vliegtuig laag over, achtervolgd door een Duits vliegtuig. Kort daarna stortte het om 02.47 uur neer aan de Potlanderdijk. Daarbij kwamen vier vliegers om. Later bleek dat het Poolse vliegers waren die dienst hadden genomen bij de RAF en met hun vliegtuig - een Vickers Wellington MK11 - op 19 juni om 23.40 uur waren opgestegen met vijf vliegers vanuit de RAF basis Lindholme nabij de plaats Doncaster. Doel van de vlucht was Emden in Duitsland. Van de vliegers werd de radiotelegrafist opgepakt en omdat deze gewond was werd hij naar het ziekenhuis werd gebracht. Hij kwam als krijgsgevangene terecht in het kamp Stalag.

 

 

Vickers Wellington

 

In de nacht van 30 maart 1943 om 04.27 uur stortte weer een vliegtuig in Heeten neer. Het type vliegtuig - een AVRO Lancaster - werd neergeschoten door een Duitse nachtjager. Doel van de vlucht was Berlijn en Bochum. Van de vliegers zijn er drie verongelukt, de piloot is uit het vliegtuig gesprongen en heeft het overleefd. Hij werd wel gevangen genomen en heeft in het krijgsgevangenkamp gezeten .

 

In de nacht van 12 juni 1943 werd Heeten opnieuw opgeschrikt door het neerstorten van een geallieerd vliegtuig. Dit keer een AVRO Lancaster MK111 van het 103 squadron RAF.

 

 

AVRO Lancaster

 

Ook dit vliegtuig werd neergeschoten door een Duitse nachtjager en stortte neer om 02.53 uur. Doel van de vlucht was Düsseldorf.

Bij dit ongeluk vonden vier bemanningsleden de dood. Veilig uit het toestel kwamen drie bemanningsleden. Ze werden krijgsgevangen gemaakt door de Duitsers en kwamen in het kamp bij Kopernicus terecht.

 

Op 11 januari 1944 verongelukten om 14.00 uur, op de grens Heeten Nieuw-Heeten, twee B-17’s, na een hevig luchtgevecht met een Duits jachtvliegtuig.

Beide toestellen stortten neer in de omgeving van de Poggebeldweg, één nabij H.A. Bessembinder nummer F213a en de ander nabij de kruising Zwateweg, Poggebeldweg nummer F282 bij J. Kremer.

Twintig Amerikanen werden hierbij gedood.

Doordat één van de toestellen was beschoten en een vleugel miste, raakte het stuurloos en botste in de lucht tegen een B17 toestel dat erachter vloog.

De mannen die nog uit het vliegtuig konden springen met hun parachutes werden in de lucht beschoten door de Duitse jachtvliegtuigen.

Eén van de mannen overleefde de sprong, maar werd zwaargewond naar het ziekenhuis in Almelo overgebracht waar hij de volgende dag overleed.

 

Boeing B17

 

Bij Boers-Jan, ofwel Kortenhorst waren Duitsers ingekwartierd. Ze zaten in de

“beste kamer” en ze sliepen in de voorkamer, volgens zus Kortenhorst. Men heeft er niet altijd veilig kunnen wonen. Vanaf november 1944 (wegens het lanceren van de V-1) tot aan de bevrijding is het gezin en het vee ondergebracht bij andere families in Heeten.

In 1942 verplichtten de Duitsers de studenten van Universiteiten en Hogescholen om een loyaliteitsverklaring te tekenen. Weigerde men, dan volgde deportatie naar Duitsland om te werken in de oorlogsindustrie.

Leo Kortenhorst studeerde aan de universiteit in het westen van het land en wilde niet tekenen. Daarom vluchtte hij naar zijn naamgenoten in Heeten.

Leo dook al in het vroege voorjaar van 1942 onder op de boerderij van Boers-Jan.

Johan, een van de zonen van Boers-Jan is tijdens de oorlog op donderdag 23 september 1944 overleden. Hij had al een tijdje doorgebracht in een sanatorium, maar zijn strijd tegen de slopende ziekte moest hij opgeven en kwam te overlijden. Dit heeft diepe indruk gemaakt op Leo.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                        Duitse Tellermijn

 

November 1944

De Duitsers verwijderden de klokken uit de r.k. Kerk, het brons werd omgesmolten in Duitsland voor wapentuig. Op een avond eind 1944 werd er door vliegtuigen die terugkeerden van hun taken boven Duitsland twee bommen gedropt, die terecht kwamen op de weg Heeten -  Holten.

Nagenoeg in de buurt van Hollegien vernielde de tweede bom de provinciale weg.

 

 

bom WO-2

 

Bij Hollegien werd de schuur zwaar beschadigd en één koe was zo zwaar gewond door een scherf dat zij uit haar lijden verlost moest worden.

In de naastgelegen woningen van de families Jansen en Hollegien waren veel ruiten gesneuveld.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                                     handgraten uit WO-2

 

V1. en V2

Vlakbij Heeten op een afstand van ongeveer twee kilometer ligt Schoonheten.

Daar werden op 13 november op last van de Duitsers in de omgeving van de lanceerbasis vier boerderijen ontruimd. Gelijk werd de omgeving als Spergebied ingesteld.

Op het landgoed van baron Bentinck van Schoonheten werd door de Duitsers een lanceerinrichting gebouwd om de V-1 te lanceren.

De V-1 (een “vliegende bom” ) een circa acht meter lang vliegtuig, dat met een soort van katapult werd gelanceerd en dat een eigen straalmotor bezat, gevoed door benzine. Nadat het toestel ongeveer 300 kilometer had gevlogen dook het wapen omlaag en explodeerde. Op zaterdag 16 december 1944 raasde de eerste V-1 over Heeten, in de richting van Antwerpen.

 

                                                

                                        Vliegende bom V1

 

Ze werden afgeschoten naar Antwerpen in België en Londen in Engeland.

De V-2 was groter, hij was circa 14 meter lang, deze liep op vloeibare zuurstof en alcohol. Voor zo ver bekend zijn deze V2 niet vanaf Schoonheten gelanceerd.

 

 

V1 lanceerbasis

 

De V-1 werd per trein naar Nijverdal gebracht en ‘s nachts naar de lanceerinrichting van Schoonheten.

Vaak ging het mis met het lanceren van de V-1, ongeveer zeventig zijn er rond Heeten neergestort.

 

 

V1 op weg naar de lanceerinrichting

 

Op de morgen van 19 december 1944, terwijl hij op weg was naar de kerk, is de oude Jan Vloedgraven op 84 jarige leeftijd, gescalpeerd door een uit koers geraakte V-1.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jan Vloedgraven (Vree Jan)

30-5-1862 / 19-12-1944

 

 

Sommige ontploften en andere werden onschadelijk gemaakt door de Duitsers of werden door de ondergrondse snel gedemonteerd waarbij het te doen was om de brandstof.

Door de burgemeester van Raalte was onderwijzer J. Bömer aangewezen om de organisatie van de luchtbescherming in Heeten op zich te nemen.

De lagere school verloor op een zondagochtend een hele vleugel doordat er een V-1 erop terecht kwam. J. Bömer spoedde zich na de klap naar de kerk om de pastoor en de kerkgangers huiswaarts te zenden vanwege het gevaar.

De lagere school was zodanig beschadigd en gevaarlijk dat men naar elders uitweek. In de boerderij van Schoorlemmer, het pakhuis van Geertman en de garage van Bosgoed, maar ook het zogenaamde Rode Schooltje werden de lessen gegeven. In de kerkbuurt waren veel huizen beschadigd door deze V1 wapens.

 

 

Kerk.

Doordat de V1 langs de kerk vlogen werd het te gevaarlijk om de H. Missen in de kerk te houden. De meeste glas-in-lood ramen - 23 stuks - waren dan ook stuk.

Op 25 december 1940 wordt bij de familie Hoogeslag de schuilkerk ingericht, waar men ter kerke kon gaan. Uit een ander verhaal wordt vermeld dat op 10 januari 1945 de eerste H. Mis door pastoor de Graaf is opgediend.

Men heeft hier tot maart 1946 gekerkt.

 

 

Schuilkerk Heeten in de boerderij Hoogeslag

 

 

Tot omstreeks 14 maart 1945 werd er gelanceerd vanaf Schoonheten.

Begin april 1945 is de lanceerinstallatie door de Duitsers vernietigd, nog altijd kan men zien waar deze installatie heeft gestaan, door een paar grote betonblokken naast de weg en in het bos.

 

 

V1 lanceerbasis na de vernietiging

 

Langs het kanaal stond ook nog een Tausendflüsler (duizendpoot) een kanon met een lengte van 150 meter, dat de loop op Engeland had gericht.

Bij de molen van Geertman, één van de hoogste punten in het dorp, stond een uitkijkpost. Naarmate de oorlog vorderde nam ook het aantal gevechten en de razzia’s toe.

 

Beschadigde of afgebrande gebouwen.

Bessembinder, boerderij Poggebeld 8, op 9 april 1945

Bessembinder, boerderij Poggebeld 13, op 9 april 1945

Boode G. J. boerderij, Poggebeld 19, op 9 april 1945

Bosman weduwe J. W. boerderij, Hemmekensmars 6, op 9 april 1945

De Groot,

Fakkert, de molen, woonhuis, 2 pakhuizen, januari 1945

Hagen boerderij weduwe Hagen Heeten F21, december 1944

Hoogeboom de hooimijt

Jansen H.G. boerderij, laatste dag v.d. oorlog april 1945

Koerkamp boerderij Heeten F70, december 1944,

Koerkamp woning en timmerwerkplaats Heeten F71, december 1944

Marissink, H. A. boerderij, op 9 april 1945

Meijerink woonhuis en boerderij

Oosterhuis, woonhuis met stallen, Poggebeld 10, op 9 april 1945

Ogink boerderij, F207, op 9 april 1945

Oldeboer het huis aan de Schoonhetense weg

RK. kerk wijk F, Heeten

RK. School wijk F, Heeten

Rodijk, wagenloods, Spekhoek

Simons aan de Schoonhetense weg.

Simons J. A. woning en bedrijfsgebouwen, op 19 december 1944

Willemsen woning en werkplaats, op 19 december 1944, 

 

 

afgebrande boerderij

 

 

Onderduikers en verzet.

Heeten heeft veel onderduikers gekend. Uit Heeten zelf, maar ook uit het heel het land kon men zich op het platteland goed schuilhouden.

Veel van deze onderduikers zaten in het verzet. In het boekje “Oase in de woestijn” worden veel van deze onderduikers besproken. Een aantal bekende onderduikers, (er waren er veel meer, hun namen zijn niet allemaal bekend), helaas zijn er ook een aantal afgevoerd naar kampen of gesneuveld tijdens hun vlucht.

Abby Pras

Berend Smeenk

Ben Doppen (oom Herman)

Ben Harleman

Ben Strik (Maggi)

Burt Swick

Charles Vogel

Floor Primus (hij huwde later met Trees Ruiter)

Geert Beenker

Geert Harleman

Harry Rutten

Hendrik Klun

Herman Laterink

Herman van der Schot (kleed u rot)

Henk Lieferink

Henk Ligt

Jaap Brasser

Jan van de Hoek

Jan van Maanen

John Austin (Bunny)

Johan Grooters

Joop Traag

Ko Vellinga

Leo Hendriks

Leo Kortenhorst

Leo Theunissen

Loek Haver

Peter Frequin (ome Piet)

Peter van Loon (oom Piet)

Piet Verheijen

Marinus Gosselink

Otto Schoenmaker

Sjef van Rheden

Wim ter Velde

 

 

Bij Lambertus Ruiter, de timmerman, had onderduiker Ben Strik een tijdje een kamer. Op een geven moment moest er een brief naar Schoorlemmer, aan de andere kant van het kanaal. Wat er in de brief stond was onbekend, maar het was geheim.

Vader Ruiter droeg zijn zoon Johan op, om de brief weg te brengen op de fiets.

Johan was toen 8 jaar. Hij was nog maar net de brug aan de weg Heeten richting Wesepe, of hij werd aangehouden door die Grüne Politzei. Deze stonden rechts van de weg met een grote herdershond. Ze keken hem aan en zijn fietstas werd doorzocht. Natuurlijk was hij bang, maar gelukkig mocht hij door doorfietsen.

Later werd hem verteld, dat de brief die hij onder zijn blouse verstopt had, de gegevens bevatte van de onderduikers met de adressen waar ze zich bevonden in en om Heeten.

 

 In Heeten werd na september maandelijks bij de onderduikers het illegale blad  “Kompas” bezorgd, geredigeerd door de Nijmegenaar Louis Frequin. Zo waren er meer illegale bladen aan het eind van de oorlog, Met name hier in Heeten: “de Bazuinstoot”, “de Vrije Bazuin”, later het “Nieuwsblad voor Midden Salland”.

 

 

illegale stencilmachine

 

De Duitsers stelden dat de stakers van eind april begin mei 1943 waren 'opgehitst' door Radio Oranje, die uitzond vanuit Londen. Op 13 mei 1943 werd bekendgemaakt dat Nederlanders hun radio's moesten inleveren. 'Na de oorlog' kon men het toestel dan weer komen ophalen. Wie zijn radio achterhield, riskeerde als straf een verblijf in een concentratiekamp.

 

Burgers hielden desondanks ongeveer een kwart van alle radio's achter; er werden veel oude radio's ingeleverd. Veel Nederlanders bleven naar Radio Oranje (de Nederlandse omroep in Londen) en de BBC luisteren, voor zover de stoorzenders dat niet onmogelijk maakten. Zonder vergunning was luisteren naar de radio strafbaar.

 

 

 

Ontvangstbewijs radiotoestel

 

De Kabelwacht werd door de Duitsers ingesteld om vernielingen aan de door de hen aangelegde telefoon- en elektriciteitsdraden tegen te gaan.

Deze kabels waren dan ook een aantrekkelijk doelwit voor het verzet. Voor deze Kabelwacht werden plaatselijke mannelijke bewoners ingeschakeld, die gedwongen werden om enkele uren achtereen op een van te voren aangegeven traject de wacht te houden.

 

 

                    bekendmaking vernieling kabel en telefooninstallaties

 

 

 

vrijstelling kabelwacht

 

Eind september 1943 werden alle mannen tussen de 16 en 60 jaar opgeroepen om dienst te nemen als dwangarbeider voor de Duitsers. Ze moesten loopgraven, prikkeldraadversperringen en tankwallen graven.

 

Ook werd het land overspoeld door gebrek aan voedsel.

Tijdens de zogenaamde Hongerwinter wordt de winter van 1944 tot 1945 bedoeld. Er was grote schaarste aan voedsel en brandstof.

De oorzaak van de schaarste moet worden gezocht in een represaille door de Duitse bezetter, naar aanleiding van de algemene spoorwegstaking die na 17 september 1944 door de Nederlandse regering in Londen was afgekondigd. De staking viel samen met de grootste geallieerde luchtlandingsoperatie uit de geschiedenis nabij Arnhem: Operatie Market Garden. De Duitse bezettingsmacht blokkeerde als represaille alle voedseltransporten naar het westen van Nederland. De blokkade duurde zes weken en veroorzaakte in West-Nederland een hongerramp van catastrofale omvang.

 

 

In deze periode werd het zuiden van Nederland bevrijd. Omdat de frontlijn nu door Nederland liep - ruwweg langs de grote rivieren - konden er ook geen Limburgse kolen meer naar West-Nederland worden vervoerd. Doordat de rivieren dichtvroren en omdat vervoer over land ook niet meer mogelijk was, werd het Westen van Nederland van alle mogelijke hulpgoederen, brandstoffen zoals kolen, kleding en medicamenten afgesneden. In het zicht van de bevrijding stierven door deze blokkade meer dan 20.000 Nederlanders de hongerdood. Tijdens de zogenaamde Hongerwinter in 1944 werden ongeveer 100 kinderen uit het land bij pleegouders in Heeten ondergebracht. Voedsel, brandstof en textiel kwam op de bon. Zo kreeg men toch de eerste levensbehoefte.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                                   

 

 

 

 

 

                            voedselbonnen                                                                   aanvullende bonnenkaart

 

 

Het verzet in de gemeente Raalte en het buurtdorp Heeten

De Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten was in de gemeente Raalte in vijf groepen onderverdeeld,

waaronder één in Heeten.

De groep in Heeten stond onder commandant van

J.W. Reekers en later onder G. Venema,

beide politiemannen.

 

 

                                                      

Gjalt Venema, geboren in 1917, militair in hart
en nieren. Op 31 augustus 2001 stierf hij op 84-jarige leeftijd.

 

 

De groep uit Heeten bestond uit de volgende personen,

Anton Voorhorst, Herman Alferink (Kolkman), Anton Tepperik, Anton Ruiter en Hendricus Dijkman.

Het wapendepot lag in de Bergshoek, in een perceel bos van Anton Ruiter (bijgenaamd de Soldaat).

Behalve deze personen waren er nog vele anderen betrokken bij het verzet.

Hieronder aan aantal namen uit Heeten die bekend zijn,

Ben Awater, Marietje ten Berge (koerierster), P. Frequin (Ome Piet),  Johan ten Broeke, Anton Elders (smid), Gerrit ten Have, fam. Hondshorst (Boksebelds Jan) Jozef Kerkvliet, J. Kleine Schaars, fam. Mekers (Beumershoek), Hendricus Olde Bijvank (Marsmans Hein), J. Oosterweechel, J. H. de Soet en mevr Soet-Kluin, Alie Kluin (koerierster) Ben Strik (Maggi) Piet Toxopeus, Joop Traag, Willem Tijs, Piet van Loon (jonge Ome Piet), Sjef van Rheden, mevr. Voorhorst-Aalbers, Evert Voorhorst, mevr. E. M. Geling, Johan Weenink, Jan Witten en al die mensen, die niet werden genoemd.

Een aantal van de hierboven genoemde personen die actief in het verzet waren hebben in september 1944 het krijgsgevangenkamp Prins Bernard opgericht op de boerderij van Jozef Kerkvliet. Men hield hier een aantal krijgsgevangen of gedeserteerde Duitsers gevangen. In het boekje “Oase in de Woestijn” wordt verteld wat het kamp inhield.

 

Op zaterdag 23 september 1944 werd het hoofdkwartier van de Binnenlandse Strijdkrachten in Zenderen overvallen door de Duitsers.

Enkele dagen na de overval werd het hoofdkwartier en de marconist Bunny ondergebracht bij de familie Olde Bijvank, een boerderij gelegen aan de zandweg vanaf Villa Annie tot aan de viersprong Potlanderdijk.

 

morse apparaat

 

De marconist Bunny werd later overgebracht naar de familie Mekers in de Beumershoek. Hij zond twee maal per dag uit naar Londen. Omdat het gevaar bestond dat hij werd gepeild kon hij nooit te lang op één plek blijven.

De berichten die werden verzonden en ontvangen waren gecodeerd. Deze werden dan ‘s avonds ontcijferd. Na ongeveer drie weken werd de marconist Bunny verhuisd naar de smid Elders in het dorp.

Daar heeft hij ongeveer veertien dagen gezeten, waarna hij weer terug is gegaan naar de familie Mekers in de Beumershoek. Omdat Bunny bang was te worden ontdekt is hij vertrokken naar Luttenberg. Daar werd de marconist door de Duitsers gevonden, een arrestatie was het gevolg. Later is hij in Zwolle door de Duitsers gefusilleerd.

 

 

Dat betekende dat het BS-kwartier in Heeten ook moest verhuizen, omdat “Bunny” de plek wist. Midden in de nacht is het BS-kwartier overgeplaatst naar  J. Oosterweechel aan het kanaal. Daar bleef men ongeveer een week, waarnaar men voor drie weken vertrok naar landbouwer Gerrit ten Have.

Ook hier verbleef men niet te lang, dit maal ging het BS-kwartier naar de landbouwer W. Tijs, aan de Hemmekensmars dichtbij Groote Schaars, waar het verbleef tot 1 februari 1945.

Omdat Bunny gevangen was genomen door de Duitsers, werd er een nieuwe marconist gezonden vanuit Engeland. Onder de schuilnaam Chris (J.R. Hilderink) kwam hij terecht op de boerderij van Jozef Kerkvliet, daar bleef Chris tot 1 februari 1945, waarna hij naar Twente vertrokken. Op de boerderij van Jozef Kerkvliet werd meerdere malen vergaderd door de staf van de Overijsselse BS.

Omdat men bang was dat de Duitsers (SD) de boerderij zouden ontdekken, is het hoofdkwartier wederom naar Twente vertrokken. Er waren immers SD-agenten in burger gesignaleerd en men vermoedde dat de koeriersters enkele malen werden gevolgd door personen die waarschijnlijk als spion voor de SD werkten.

 

In de laatste weken van januari 1945 waren er sneeuwstormen boven Nederland, die het wonen en de oorlog er niet makkelijker op maakten.

Eindelijk begon op 21 maart 1945 de lente, het was prachtig weer. Op 26 maart wilde de Engelse luchtmacht de hoofdstraat in Heeten bombarderen.

 

 

bom uit de WO2

 

De ruiten bij Kupen Gait sprongen er uit en bij Gehring vertoonden de muren allemaal kogelgaten. Later werd er ook een schip in het kanaal gebombardeerd. Grote stofwolken toonden de plaats aan. De Duitsers probeerden met hun geschut de vliegtuigen neer te halen, maar zonder succes. Het gevolg was een bommenregen in het kanaal en later veel dode vis. Die avond kwam er toen vis op tafel.

 

 

Op 2 april 1945 kwamen er uit veel delen van het land vluchtelingen Heeten binnen. Zij kwamen uit het oosten van het land en uit Duitsland. Dit was de voorbode van de bevrijders die in gevecht waren met de Duitsers, waarbij de bevolking vluchtte.

 

Op vrijdag 6 april 1945 gingen ’s morgens een twintigtal Duitsers op de vlucht met paard en wagen voor de bevrijders. Ze vorderden een schuur waarin een enorme hoeveelheid levenmiddelen en rookwaren werden opgeslagen.

Op hun vlucht vorderden ze alles wat los en vast zat en wat kon rijden, en ook paarden.

 

 

Vluchtende Duitsers vlak

voor de bevrijding.

Fietsen, paarden alles waar

de Duitsers men snel mee

weg kon komen werd ingenomen.

Veel van de Duitsers fietsten met

een pantservuist in de hand:

Het was een wapen met een lange

steel met een bol aan het einde. 

 

 

 

Op zaterdag 7 april 1945 waren er hevige gevechten in Deventer, de eerste bevrijders stonden al voor Nieuw-Heeten, waarbij ze in de richting van Heeten gingen.

Zondag 8 april 1945.

 

Opnieuw is er veel schade aan de kerk, vooral de pastorie, en de ramen aan de zuidzijde. Er werden door de Duitsers explosieven aangebracht, en de toren werd de toren in brand gestoken. In het orgel was stro geplaatst door de Duitsers en aangestoken. Dit buurtbewoners konden deze brand blussen met emmers water. Diezelfde avond werd de toren opnieuw beschoten met granaten, waarbij het orgel werd beschadigd.

Omdat het te gevaarlijk werd in en om de kerk, werd er voor de pastorie een tijdelijk onderkomen gezocht. Gedurende zes weken heeft men gastvrij onderdak gehad bij de familie Dora en Hein Franken.

 

 

mortiergranaten uit WO-2

 

Heeten: de bevrijding.

Komende uit de richting Holten, Espelo, gingen de bevrijders op 9 april richting Raalte. Een deel van de 2de divisie rukte op richting Heeten.

The Royal Canadian Dragoons bestond uit 4 squadrons en elk squadron bestond uit honderd-vijftig tot honderd vijf en zeventig soldaten.

Twaalf tot veertien pantserwagens met 37 mm. kanon

Twaalf tot veertien verkenningswagens

Twee kanonnen en mitrailleurs

En een aantal trucks voor het vervoer van voedsel, brandstof en munitie.

 

                    

                        vlak na de gevechthandeling tegen de Duitsers

 

In de omgeving van de Poggebelt ondervonden de Canadezen hevige tegenstand van de Duitsers. Op die morgen trokken er lange rijen tanks over de Poggebeltweg, ze kwamen vanaf het Ruitendak en reden richting Heeten. Dit waren voertuigen van het Duitse leger. Omdat de Canadezen geen enkel risico namen openden zij het vuur, waardoor de boerderijen van Boode en Marsman in brand raakten. Helaas zijn er bij deze actie doden en gewonden gevallen onder de burgers, Van de familie Marsman kwam vader Johan en zijn vrouw Tonia Hendrika plus de kinderen Zwaantje en Hendrik om het leven.

Van de familie Boode verongelukten de echtgenote jonkvrouwe Gerritdina van Couverden en haar zoontje Frederik. Ze zijn allen begraven op de Hervormde begraafplaats in Okkenbroek.

 

Mien en Riek Tutert vertellen

Op de boerderij de Schothaar aan de noordkant van Heeten woonde de familie Tutert. Op 8 april 1945 waren de dochters Mien en Riek aan het melken. De volle melkbussen zetten ze in de gang. Terwijl ze ermee bezig waren zagen ze dat er een Duitse soldaat bij het fornuis zat te bibberen van angst. Riek en Mien schrokken zich rot.

Moeder Tutert had het fornuis al aangemaakt en de soldaat hield zijn handen boven het fornuis om zich te warmen. Hij vertelde dat hij was getrouwd en vader was van twee kinderen. Op dat moment kwamen er drie Duitse soldaten binnen en hebben hem meegenomen. Buiten het huis zag het zwart van de Duitsers die op terugtocht waren. De onderduiker André Soudant lag nog in zijn bed en hij durfde er niet uit te komen. Omdat het te gevaarlijk werd is iedereen de boerderij ontvlucht. Vader Tutert had erge reuma en is door André naar buiten gedragen en in een sloot neergelegd.

Ze waren nog maar net uit huis toen er werd geschoten. De Canadezen rukten met hun tanks op en er werd over en weer geschoten, Opnieuw moest men een veilig heenkomen zoeken. Op commando van de Canadezen moesten ze weg bij de boerderij.

 

                                

                                    tank van de Canadese bevrijders

 

Ze zijn toen naar de boerderij van de buren gevlucht en vonden bij de familie Hunneman in de kelder een schuilplaats. André Soudant en de andere onderduiker Victor Rijke bleven op de boerderij om op het vee te passen. De Duitsers zaten nog in Heeten en via de Marissink en het Roode Schooltje op Schoonheten trokken de Canadezen naar Mariënheem. Gelukkig is de boerderij en het vee gespaard gebleven.

 

Maandag 9 april 1945:

 

Ook bij Toon Kerkvliet aan de Holterweg nam een kleine Duitse eenheid zijn intrek. Ze namen de keuken en enkele kamers in beslag. Naast het huis werden drie vrachtwagens geparkeerd en aan de bosrand drie luxe auto’s. Met een klein kanon werden enkele schoten gelost. De kanonnen werden getrokken door paarden.

Bij de familie Ogink werd ook flink verzet gepleegd door de Duitsers, een mitrailleur ratelde onafgebroken. Het zal rond twee en vier uur in de middag zijn geweest. Gelijktijdig arriveren ook bij de familie Jansen 500 meter richting Holten ook een Duitse eenheid.

De tank werd stijf achter het huis geplaatst, zodat het niet mogelijk was het vee in veiligheid te brengen. Iedereen werd gedwongen om de boerderij te verlaten. Bij de buren van Hollegien kreeg men onderdak, in hun provisorische open schuilkelder van 4 bij 2 bij 0,75 meter. De schuilplaats moest aan 16 personen plaats bieden. Uren van verschrikking en angst volgden. Terwijl men in de schuilkelder lag brak de hel los, weet H. Jansen: men lag stijf tegen elkaar aan en overal hoorde je dreunen en schieten. De vliegtuigen gaven snel de posities door van de Duitsers. Ook is de boerderij van Jansen met grote precisie met 31 granaat treffers getroffen. Tijdens het gevecht hoorde je de koeien loeien, de arme dieren konden geen kant op. Op een gegeven ogenblik was er een scherfinslag in de schuilkelder, vlak daarna kwamen drie oudere Duitse soldaten. Één van de Duitsers heeft de gloeiende hete scherf uit de kelder gegooid. Die Duitsers hadden geen zin meer in vechten en bleven.

Na enige tijd zag je de bevrijders richting Heeten trekken met voor zich uit de Duitsers.

 

bevrijders en hun voertuigen

 

Ook het huis van Hollgien ontkwam niet aan het oorlogsgeweld. De muren waren doorzeefd met kogelgaten en granaatscherven.

 

munitiekist uit WO-2

 

Achter het huis was ook nog een zendinstallatie van de Duitsers gevoed door een soort van trapfiets met dynamo.

In het koolzaadland van Hunneman hadden een aantal Duitsers zich verborgen, enkele wagen van de bevrijders doorkruisten het land en het resultaat waren twee Duitse SS-ers.

Langs de weg van Heeten naar Nieuw-Heeten bleef bijna geen boerderij overeind vanwege de hevige gevechten.

 

 

Duitse SS met een Opel Blitz

 

Zo ook bij de boerderijen van de families Hein en Dorus Bessembinder.

Na dat een Duitse vrachtwagen met een kanon het erf kwam oprijden verliet deze weer het erf en ging naar de boerderij van Hein. Hier stond een hooiberg waar het kanon in werd verscholen. Er werd een gat in de kap gemaakt en de loop werd richting van Nieuw-Heeten gericht. Men deze camouflage hoopten de Duitsers onzichtbaar te zijn voor de vliegtuigen. Deze gaven de posities door van de Duitse eenheden. De beschietingen kwamen al vrij vlot op gang en in de paniek vluchtten de Duitsers, nadat de boerderij in brand was geschoten. De bewoners werden gedwongen om te vertrekken, en vonden onderdak bij de buren Bril. Tijdens de beschietingen zijn alle dieren gedood, alles was in puin. De familie heeft daarna tijdelijk bij de buren gewoond.

Ook bij Hein Bessembinder is de boerderij in brand geschoten en ook hier vonden alle dieren de dood. Tijdelijk hebben ze onderdak gevonden bij de familie Grolleman.

 

Op 9 april 1945 werd de Hekkersbrug in Heeten opgeblazen, in het huis van Assink waren vijf Duitsers ondergebracht die de brug hebben opgeblazen.

 

 

brug Hekkert

 

 

Later in de middag werden de eerste Canadezen gezien op doortocht in Raalte.

Ook Heeten is op 9 april bevrijd, door eenheden van de tweede divisie.

Aan de Weseperzijde van het Overijssels kanaal lagen de Duitsers nog, die van daaruit vuurden op de kerk, wat onmiddellijk werd beantwoord door Canadees geschut.

 

 

Canadese tank

 

De bevrijding.

 

Op 10 april 1945 werd de bevrijding officieel bekend gemaakt.

Vanaf het balkon van de kruidenier Geertman op de hoek bij Bosgoed door Bep Frequin.

 

 

centrum Heeten

 

Alle vlaggen waren uit de kast gehaald en wapperden fier in de wind.

Oranje sjerpen werden omgehangen. Er was gejuich, Nederland was vrij.

 

Donderdag 12 april 1945

Na de middag zijn de meisjes die met de moffen uitgeweest kaalgeknipt.

Sommige dorpsbewoners vonden dit toch ook wel een grote vernedering.

 

Op zondag 15 april 1945 was er een optocht met versierde wagens door Heeten, met de muziek voorop. Later danste men op het plein voor de melkfabriek van vreugde. Adriaan Sanders, gehuwd met Marietje Machielsen, had gezorgd voor een muziekinstallatie. Die avond was er dansen bij Bosgoed in het café.

 

Naderhand kwamen er steeds meer Canadese en Amerikaanse legervoertuigen in het dorp. Bij het café Bosgoed werden veel militairen ingekwartierd.

Overal stonden stapelbedden en de schuur naast het café werd omgetoverd tot gaarkeuken van de bevrijders. De straat achter de kerk stond vol met legervoertuigen.

 

 

bevrijders in het dorp

 

 

Noot van de schrijver:

Tenslotte, het is in deze opzet niet mogelijk om al de verhalen op te tekenen, u zult begrijpen dat dit maar een deel van alle gebeurtenissen in en om Heeten.

 

Geraadpleegde literatuur:

Raalte in oorlogstijd 1940-1945, door Richard Woolderink

Oorlogsherinneringen 1940-1945, verzameld door H. G. Jansen

Oase in de Woestijn, door Jan Bruin

Twents oorlogsmuseum 1940-1945 (fam. Abbink)

 

Medewerkenden en veel dank :

 

R. Aarnink

H. Boerdam

H. Jansen

A. Kortenhorst †

R. Oude Vrielink- van Zuidam

J. Ruiter

M. Tutert-Boksebeld †

R. Tutert-Nijenkamp

R. Woolderink

 

Zonder toestemming van de maker is kopiëren niet toegestaan.